Eerste keer Argentinië: wat je wél en níet hoeft te regelen
Stel je voor: je stapt slaperig het vliegtuig uit in Buenos Aires. Je telefoon staat nog op Nederlandse tijd, je rugzak plakt aan je rug en ergens in een portemonnee ritselt een stapeltje pesos waar je de waarde totaal niet van snapt. Welkom in Argentinië.
Daar komt nog iets bij: het land is de laatste jaren flink op de kop gezet door Milei. Oude blogs, TikToks met blauwe-dollar-hacks… veel daarvan klopt gewoon niet meer. Handig dus om even een update te hebben voor je vertrekt.
Goed nieuws eerst: als Nederlander heb je voor een korte vakantie meestal geen visum nodig. Je krijgt aan de grens doorgaans zo’n 90 dagen stempel als toerist. Dat gaat verrassend soepel, zolang je paspoort nog een paar maanden geldig is na aankomst en je kunt laten zien dat je een retour- of doorreisticket hebt. Geen vaag printje op je telefoon dat halverwege niet meer laadt, maar echt een boeking die bestaat.
Waar het wél mis kan gaan, is geld en zorg. Je Nederlandse zorgverzekering dekt buiten Europa vaak maar beperkt. Toen ik in Patagonië iemand ontmoette die met een verstuikte enkel op de SEAT van een kleine kliniek belandde, was de pijn in z’n portemonnee bijna groter dan in zijn voet. De rekening was te overzien, maar hij kwam er daar pas achter dat zijn basisverzekering dat niet volledig oppakte.
Een reisverzekering die medische kosten én anunlering dekt is hier geen saaie formaliteit, maar gewoon je vangnet. Zeker in een land waar een onverwachte binnenlandse vlucht of ziekenhuisbezoek ineens honderden euro’s kan kosten. Liever thuis vijf minuten te lang polisvoorwaarden scrollen dan in Ushuaia in je bank-app zitten vloeken.
Deze blog is niet bedoeld om elk juridisch detail uit te pluizen. Ik ben geen advocaat, ik ben een reiziger met een rekenmachine. Het gaat hier vooral om de vraag: hoeveel geld heb je ongeveer nodig, en hoe voorkom je dat je schrik krijgt bij de kassa.
En ja, dat betekent ook: het oude verhaal van “neem zoveel mogelijk contante euro’s mee, want blue dollar” is niet meer heilig. De money game in Argentinië is veranderd. Tijd voor een nieuwe aanpak.
Dag blue dollar, hallo nieuwe koers: zo betaal je nu in Argentinië
Een paar jaar geleden vlogen reizigers letterlijk met enveloppen vol euro’s of dollars naar Buenos Aires. Niet omdat dat leuk is (het is vooral zweten bij de douane), maar vanwege de fameuze blue dollar: een veel gunstigere wisselkoers op straat dan de officiële koers van de bank.
Heel simpel uitgelegd: je had de officiële koers, en de niet-officiële koers. Wisselde je via de bank, kreeg je X pesos. Wisselde je via een “vriend van een vriend” of een wisselkantoor dat nét iets te geheimzinnig deed, dan kreeg je soms bijna het dubbele. Onder Milei is dat systeem grotendeels afgebouwd of in elk geval een stuk minder interessant geworden. Er zijn nog verschillende koersen, maar het mega-voordeel van vroeger is behoorlijk uitgedund.
Om het concreet te maken: in 2022 betaalde ik voor een simpele pizza in Buenos Aires iets van 900 pesos. Dat voelde toen, met de blue dollar in mijn zak, als een schandalig goedkope hap. Laatst at ik bijna dezelfde pizza, zelfde wijk, nu voor ongeveer 5000 pesos. Door de nieuwe koers voelde dat ineens een stuk minder “wow wat goedkoop”. Nog steeds prima te doen, maar je merkt het verschil echt.
Hoe zit het nu met betaalmiddelen als Nederlander? Je oude, vertrouwde pinpas met Maestro of V-Pay werkt steeds minder vaak. In veel automaten wordt ’ie gewoon geweigerd. Een debitkaart van Mastercard of Visa doet het meestal beter. Een creditcard is een fijne back-up, zeker voor hotels, online tickets en binnenlandse vluchten.
In Buenos Aires, grotere steden en toeristische plekken kun je verrassend vaak met kaart betalen. In hippe koffietentjes in Palermo Soho is het net Amsterdam-Noord: je steekt je kaart in de terminal en klaar. Maar in kleinere dorpen, lokale busmaatschappijen en bij sommige hostels ben je nog steeds aangewezen op cash.
ATM’s in Argentinië zijn een avontuur op zich. Bij de ene bank kon ik maximaal rond de 60 à 80 euro aan pesos per keer opnemen, met soms 7 tot 10 euro aan opnamekosten. De eerste keer dat ik in een kiosk in Buenos Aires geld opnam en daarna een fles water kocht, waren de transactiekosten hoger dan de prijs van die fles. De kassamedewerker moest er zelfs om lachen. Ik iets minder.
Een paar snelle tactieken die mijn leven daar makkelijker maakten:
- Niet tien keer per week kleine bedragen opnemen, maar één keer een groter bedrag als dat veilig voelt.
- Een mix meenemen: wat cash-euro’s voor noodgevallen, en verder vooral pinnen/kaart.
- Thuis al checken of je bank buiten Europa nog extra toeslagen rekent per opname of betaling.
Ik gebruik zelf graag een planningstool zoals de Trip Planner om per dag een grove inschatting te maken: hoeveel denk ik te pinnen, hoeveel gaat via kaart, welke regio wordt duurder. Niet omdat ik een Excel-fetisj heb, maar omdat ik geen zin heb om om de twee dagen in de rij voor de pinautomaat te staan. Jij wel?
Inflatie, prijzen en budget: wat kost rondreizen onder Milei nu écht?
Argentinië in 2026 voelt een beetje als een supermarkt waar iemand aan de prijsknoppen blijft draaien terwijl jij je boodschappenlijstje probeert af te maken. Prijzen veranderen snel. Wat ik vandaag beaal, kan over zes maanden alweer totaal anders zijn. Maar je moet tóch iets plannen.
Om je een idee te geven: toen ik laatst door het land reisde, zat ik ongeveer hierop:
Als ik echt goedkoop ging backpacken, dorms sliep en vooral streetfood at, kwam ik uit op grofweg 35–45 euro per dag. Dan heb je simpele hostels, lokale bussen, empanada’s als avondeten en af en toe een goedkope excursie.
De dagen dat ik mezelf iets meer gunde – privékamers, een betere steak, een paar binnenlandse vluchten – zat ik sneller rond de 70–100 euro per dag. Een simpel hotel in Buenos Aires kostte mij ongeveer 45–60 euro per nacht voor een tweepersoonskamer. Een langeafstandsbus tussen twee steden tikte al snel de 25–40 euro aan. Een goeie steak met wijn in een fijne wijk? Tussen de 12 en 20 euro, afhankelijk van hoe chic je het maakt. Een cappuccino in een hippe barrio van Buenos Aires zat rond de 2,50 à 3,50 euro in tegenwaarde.
Voor reizigers voelt die inflatie een beetje schizofreen. Je boekt sommige dingen in euro’s of dollars vóór vertrek – binnenlandse vluchten, duurdere tours, misschien een fancy hotel – en ter plekke betaal je de rest in pesos. Je budget wordt dan een puzzel van drie valuta’s: euro’s, lokale pesos en de wisselkoers die op dat moment toevallig geldt.
Je merkt ook direct dat er subsidies zijn geschrapt. OV kan ineens in prijs verdubbelen, brandstof gaat in sprongen omhoog, entreeprijzen voor nationale parken worden soms halverwege het seizoen aangepast. In een hostel in Patagonië stond ik aan de receptie toen bleek dat de prijs tussen mijn reservering en aankomst al was “geüpdatet”. Niet omdat ze me wilden naaien, maar omdat hun eigen kosten explodeerden. We kwamen er met een korte discussie en een klein compromis uit, maar het liet wel zien hoe snel alles verandert.
Mijn aanpak nu is redelijk nuchter:
- Ik reken een ruime dagbuffer, bijvoorbeeld 10–20 euro meer dan ik eigenlijk denk nodig te hebben.
- Grote kostenposten – binnenlandse vluchten, langeafstands-bussen, dure excursies – check ik thuis al in euro’s.
- Daarna laat ik per dag wat lucht, omdat ik weet dat inflatie en koers tussendoor schuiven.
Argentinië kan daardoor tegelijk goedkoop én duur aanvoelen. Een goede steak, wijn en lokale bussen zijn vaak verrassend betaalbaar. Maar tours, nationaal park-entrées en vooral brandstof lopen hard op. Als je droomt van een lange roadtrip langs Ruta 40 of de zuidelijke wegen, lees dan zeker ook Roadtrip door Patagonië in 2025: zo overleef (en geniet) je Carretera Austral en Ruta 40. Daar gaat het dieper in op brandstofprijzen, huurauto’s en gebieden waar de dichtstbijzijnde pinautomaat driehonderd kilometer verderop staat.
Slim plannen, geen kassa-shock: praktische geldstrategieën voor je rondreis
We kennen allemaal dat lichte paniekmoment: je vraagt om de rekening, de ober legt ‘m neer, jij pakt je telefoon en denkt… “O, dit wordt pijnlijk.” In een land met hoge inflatie gebeurt dat sneller dan je wilt.
Ik plan mijn reis tegenwoordig een beetje “van duur naar goedkoop”. Eerst de binnenlandse vluchten. Dan de grote excursies en meerdaagse tours. Pas daarna vul ik het dagbudget in voor eten, lokale bussen en spontane dingen. Zo weet ik tenminste waar de grote klappen vallen.
Een tool als de Trip Planner helpt mij om per dag een grove kosteninschatting te maken en wat met wisselkoers-scenario’s te spelen. Ik zet er gewoon in: “dag 3: bus, hostel, diner – schatting X euro”. Niet sexy, wel duidelijk. Het voelt meer als een goedgevulde notitie-app dan als een boekingssite, en dat is precies de bedoeling.
Een paar geldstrategieën die in Argentinië echt verschil maken:
- Houd een deel van je budget in euro’s achter de hand, gewoon op je spaarrekening, voor het geval de koers ineens omslaat of prijzen weer een sprongetje maken.
- Check regelmatig je bank-app voor de actuele wisselkoers en kosten per opname of betaling. Niet elke week, maar zeker als je voelt dat je uit de pas loopt met je planning.
- Zet nooit al je geld op één betaalmiddel. Neem minstens twee kaarten mee (bijvoorbeeld een debit en een creditcard) en wat cash.
Als je weleens een zonvakantie hebt gepland, ken je dit spel eigenlijk al. Bij het uitzoeken van de perfecte baai op Mallorca merkte ik hoe groot de prijsverschillen tussen regio’s kunnen zijn. In dit stuk over de beste stranden van Mallorca in 2026 zie je dat goed terug: het ene strand is top voor budgetreizigers, het andere zuigt je portemonnee leeg met ligbedden en hippe beachclubs.
Zelf zat ik ooit nietsvermoedend op een ogenschijnlijk rustig, kindvriendelijk strand, en kwam er later achter dat het ineens half Europa aantrok en de prijzen vrolijk meededen. Dat verhaal lees je mooi terug in Playa de Muro in 2026: rustig, kindvriendelijk én ineens wereldberoemd. Wat daar gebeurt met populariteit en prijzen, zie je in Argentinië net zo goed gebeuren bij bepaalde regio’s en tours.
Mijn belangrijkste les na meerdere trips: schat je dagbudget liever iets te hoog in. Het is echt fijner om met geld over thuis te komen dan om halverwege in Mendoza te realiseren dat je ineens sober moet gaan leven op crackers en kraanwater.
Je hoeft geen perfect financieel model uit te tekenen. Maar een beetje bewustzijn van inflatie, wisselkoers en betaalopties maakt het verschil tussen “au” en “ach ja, valt mee” bij de kassa. Laat de grootste verrassing in Argentinië de tango op straat zijn, niet het bedrag op de bon in pesos.
