Reistips

Yokohama voor foodies: zo plan je een perfecte eetdag van ramen tot Cup Noodles Museum

Yokohama voor foodies: zo plan je een perfecte eetdag van ramen tot Cup Noodles Museum

Hoe je eetdag in Yokohama begint: buurten, metro en budget in één oogopslag

Yokohama is zo’n plek waar je makkelijk een hele dag rondtrekt met één missie: eten. En het fijne is dat je er vanuit Tokio in een klein uurtje bent, met een gewone trein, geen ingewikkelde shinkansen-constructies nodig.

Voor een fooddag draait het vooral om drie buurten: het moderne havengebied Minato Mirai, ramen-spots in en rond Yokohama/Shin-Yokohama, en natuurlijk Chinatown (Motomachi-Chukagai). Reisgidsen als Lonely Planet en de JR Central Yokohama-gids zetten ze allemaal braaf op een rij. Online communities doen daar nog een schepje bovenop met lijstjes, vlogs en TikToks. Ik heb dat allemaal uitgeplozen en teruggebracht tot één praktische dagroute die je zo kunt kopiëren.

Grofweg ziet mijn eetdag er zo uit:

  • Ochtend: Minato Mirai, havenwandeling en Cup Noodles Museum
  • Middag: Yokohama Chinatown, snacken en verdwalen in zijstraten
  • Avond: craft beer en nachtzicht op de skyline rond de haven

Qua budget: op een relaxte dag gaf ik tussen de 5.000 en 7.000 yen uit aan eten en drinken, inclusief een paar snacks die ik achteraf niet per se nodig had (maar ja, journalistieke plicht…).

De metro is je beste vriend. Ik kijk zelf altijd eerst naar drie stations op de kaart: Yokohama voor de grote hub, Minato Mirai voor het havengebied en Motomachi-Chukagai voor Chinatown. Daar omheen plan ik alles in grove blokken. Soms schuif ik dat in een online trip planner zoals de Trip Planner van HikersBay, gewoon om een dag-tot-dag overzicht en een simpel kostenlijstje te hebben zonder honderd losse notities. Maar pen en papier werkt net zo goed.

In de rest van dit stuk loop ik stap voor stap langs mijn route, met concrete haltes, loopstukjes en wat ik ongeveer betaalde. Je kunt het bijna één-op-één in je eigen reisplan plakken en daarna zelf finetunen.

Ochtend in Minato Mirai: ramen, Cup Noodles Museum en eerste havenviews

Ik kwam rond 9:30 aan bij Minato Mirai-station. Je stapt de metro uit en staat meteen tussen hoge torens, brede promenades en een glimmende baai. Alles oogt een beetje als een futuristische versie van een strandboulevard, maar dan zonder het zand in je schoenen.

Mijn standaardstart: eerst een korte wandeling langs het water. Niet te ver, gewoon even wakker worden met zicht op de Cosmo Clock 21 (dat enorme reuzenrad) en de boten in de haven. Daarna loop je in een paar minuten richting het Cup Noodles Museum. De bordjes wijzen je letterlijk de juiste kant op.

Het museum is geen stoffige tentoonstelling, maar een soort speelse ode aan instantnoedels. Ik betaalde rond de 500 yen entree en daarna nog eens ongeveer 400 yen voor de My Cup Noodles Factory. Daar krijg je een blanco cup, tekent er zelf iets op (mijn kunstwerk leek verdacht veel op kleuterwerk) en kiest daarna soepbasis en toppings. Ik ging volledig los met kaas, maïs en pittige garnalen. Het klonk als een culinair ongeluk, maar het bleek verrassend goed eetbaar. Tijdsloten en tickets worden vooral in weekenden en vakanties een ding, dus ik was blij dat ik er voor 11:00 al binnen was. Later op de dag zie je de schoolklassen en toerbusgroepen binnenstromen.

Reisgidsen zetten het museum al jaren standaard op de Yokohama-lijst en dat is terecht, maar de praktische truc zit ‘m echt in vroeg gaan. Dan kun je rustig rondkijken, de korte expo doen, je eigen cup maken en nog even in de giftshop neuzen, zonder filevorming bij de toppings.

Na al dat instantnoedel-geweld kreeg ik trek in “echte” ramen. Er zijn in Minato Mirai zelf een paar prima zaken verstopt in malls en kantoorgebouwen, vaak met plastic voorbeelden in de vitrine. Ik betaalde rond de 1.000–1.200 yen voor een kom shoyu-ramen (sojasaus-bouillon) en een kleine oolong tea. In andere delen van de stad kom je veel tonkotsu (romige varkensbouillon) en miso-ramen tegen. Ik wissel ze eigenlijk per dag af, een soort eigen mini-onderzoek.

Vanaf Minato Mirai-station is het allemaal goed te lopen: eerst richting waterfront, dan langs de promenade naar het Cup Noodles Museum, daarna nog een paar minuten doorsteken naar een ramenzaak. Alles zit binnen een kilometer of zo. Handig, want na zo’n zware kom noedels wil je niet meteen een marathon rennen.

Wat ik op zo’n intensieve eetwandeldag meeneem, is extreem minimalistisch: kleine tas, waterfles, lichte jas of vest, powerbank, that’s it. Die mentaliteit komt een beetje uit bergtrips; dingen licht houden en in lagen denken. Als je daar meer in wilt duiken: in het artikel “Patagonië inpakken zonder stress: de ultieme lagen-checklist per seizoen” gaat het over slim lagenkleden, maar diezelfde logica werkt verrassend goed voor een stedentrip. Hoe minder je sjouwt, hoe makkelijker je spontaan ergens een extra snack haalt.

Rond lunchtijd, licht suffig van noedels en bouillon, liep ik langzaam richting station om koers te zetten naar Chinatown. Je kunt via de promenade een stuk lopen en later op de dag de metro pakken, of gewoon direct de trein pakken richting Motomachi-Chukagai.

Middag door Chinatown: dumplingsafari, zoete snacks en budgetproof proeven

Chinatown pakte me meteen bij de eerste poort. Kleurrijke tekens, stoompluimen uit keukens, mensen die in ondefinieerbare rijen staan. Het is druk, maar niet op een nare manier – meer alsof je een continue foodmarkt inloopt.

De meeste gidsen noemen dit een ‘must’, en daar sluit ik me bij aan. Maar je moet een beetje selectief zijn, anders eet je voor veel geld dezelfde dumpling vijf keer. Ik startte bij Motomachi-Chukagai-station en liep eerst de hoofdstraat af, onder de grote poorten door. Daarna sloeg ik bewust een paar zijstraten in. Daar vind je de kleinere kraampjes: stoommandjes opgestapeld, grillplaten vol pannenkoekjes, plastic krukjes op de stoep.

Concrete vangst van die middag:

  • Een zachte baozi met varkensvlees voor ongeveer 400 yen
  • Xiaolongbao (soepdumplings) die je met beleid moet aanbijten, zo’n 600 yen voor een klein mandje
  • Gestoomde broodjes met rodebonenvulling rond de 250 yen
  • Een knapperig pannenkoekje met lente-ui voor 300 yen
  • Bubble tea met veel te veel tapiocaballetjes voor ongeveer 600 yen

De beste strategie vond ik: alles delen. Met z’n tweeën kun je in één middag makkelijk 6–8 dingen proeven zonder volledig af te haken. Een vol menu in een restaurant tikt snel richting de 2.000 yen per persoon, terwijl je met losse snacks voor minder geld veel meer variatie hebt.

Ik liet me één keer vangen door een TikTok-hotspot: lange rij, neonbord, iedereen met dezelfde instagrammable snack. Na twintig minuten wachten bleek het “wel oké”. Twee straten verder zat een tent zonder rij met vrijwel hetzelfde aanbod voor een paar honderd yen minder, en erelijk gezegd net zo lekker. Sindsdien kijk ik vooral naar waar locals staan, niet naar waar de camera’s op gericht zijn.

Qua tijd ben je hier zó twee à drie uur kwijt. Je loopt, proeft, schuift ergens even op een krukje, verdwijnt een winkeltje in met kitscherige souvenirs, komt weer buiten bij een kraam die naar vers gebakken custard ruikt. Ondertussen blijft je portemonnee open en dicht gaan.

Over portemonnees gesproken: in grote steden ben ik me toch nét wat meer bewust van zakkenrollers en kleine ongelukjes. Voor avontuurlijkere trips, zoals Patagonië, check ik altijd even m’n verzekering. Daarover gaat ook het stuk “Veiligheid in Patagonië in 2025–2026: de verzekeringschecklist waar niemand je voor waarschuwt”. Sinds ik dat soort dingen heb uitgezocht, kijk ik ook in steden heel kort: als mijn tas gestolen wordt, is dat dan gewoon pech, of krijg ik nog iets terug? Het is geen reden om paranoïde rond te lopen, maar het scheelt wel hoofdpijn als er iets gebeurt.

Na een paar uur snacken zocht ik bewust even stilte op. Net buiten de drukste straten vind je een paar tempels en kleine parkjes waar je letterlijk de drukte uitloopt. Even zitten, water drinken, niet eten. Rond een uur of 17:00 verliet ik Chinatown weer, klaar voor de laatste ronde aan de haven.

Avond aan de haven: craft beer, nachtzicht op de skyline en je dag slim afronden

In de vroege avond liep ik terug richting de baai. Je kunt vanuit Chinatown in zo’n 20–25 minuten te voet naar het Red Brick Warehouse-gebied (Akarenga), of een korte metro/trein pakken via Nihon-odori of terug naar Minato Mirai. Ik koos voor lopen; na al dat eten was mijn lichaam blij met elke extra stap.

Rond zonsondergang verandert het hele havengebied van nette kantoorskyline in sfeervolle ansichtkaart. De Cosmo Clock 21 gaat aan, de gebouwen weerkaatsen in het water, en op de terrassen ontstaat die typische “oké, nog één drankje dan”-energie.

Reisgidsen besteden de laatste jaren steeds meer aandacht aan craft beer in Yokohama. Dat is geen toeval: er zitten echt leuke, kleine brouwerijen en taprooms verstopt rond de baai. Ik streek neer bij een taproom met uitzicht op het water en proefde een lokale IPA voor zo’n 900 yen per glas. Niet goedkoop, wel precies wat ik nodig had na de zoete bubble tea en dampende dumplings van eerder die dag.

Het gevaar van zo’n terras: je blijft hangen. Ik had mezelf één biertje beloofd en zat er uiteindelijk twee uur, omdat het uitzicht live veel beter was dan op de foto’s in de gidsen. Mensen wandelen langs, er varen bootjes voorbij, ergens verderop gaat weer een reuzenradronde van start. Je voelt de stad een beetje uitademen.

Praktisch is het handig om vóór je tweede glas even naar de terugreis te kijken. Vanaf Yokohama-station rijden de treinen naar Tokio tot vrij laat, maar niet eindeloos. Ik hield in m’n hoofd een soort zachte deadline rond 22:30–23:00, zodat ik niet halsoverkop hoefde te rennen. In mijn notities had ik de dag al grof in drie blokken gezet (ochtend Minato Mirai, middag Chinatown, avond haven), met erachter per blok een ruwe kosteninschatting. Dat soort dingen zet ik soms in een tool als de Trip Planner van HikersBay, puur om overzicht te houden en niet in een woud van screenshots en lijstjes te verdwalen.

Wat je aan het eind van zo’n dag merkt: je hebt ongemerkt best wat kilometers gemaakt. Van station naar haven, van haven naar museum, dwars door Chinatown, weer terug naar de baai. Als je mekrt dat dat langzame, lopende reizen je bevalt, dan is het leuk om een keer te kijken naar serieuze wandelroutes. In het artikel “E1, E2 en co: zo begin je zelf aan een Europese langeafstandswandeling” gaat het over Europese langeafstandspaden, maar de basis is hetzelfde: kilometers stapelen zonder dat het als verplichting voelt.

Met een laatste blik op de verlichte baai, de damp van de haven en de restjes zout op m’n lippen van de ramen eerder die dag, besloot ik dat ik Yokohama zo nog wel een keer zou doen. Misschien precies dezelfde ronde, misschien een volgende keer één buurt helemaal uitpluizen. Dat is het fijne aan deze stad: je kunt er eindeloos aan sleutelen en toch altijd genoeg eten vinden voor een nieuwe versie van je eigen fooddag.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.